Den Haag - Niet alleen militairen maar ook het thuisfront zouden moeten meelopen tijdens defilés, zoals op Bevrijdingsdag en tijdens de Nationale Veteranendag. Op deze manier kan het belang van het thuisfront en het respect dat de samenleving voor hen heeft tot uiting komen.
Dit was een van de conclusies van een symposium ter gelegenheid van de functieoverdracht van krijgsmachtadjudant Erik Nieuwenhuis op vrijdag 7 mei 2010 in Den Haag. Tijdens het symposium, georganiseerd door Home-Base Support, stond de rol van het thuisfront ("de kracht naast het uniform") centraal.
Volgens Jos Brouwer van Home-Base Support moet de samenleving zich meer bewust worden van wat een uitzending betekent voor een militair en zijn thuisfront. "Waar de burger in een brandweerman nog iemand ziet die een dienst aan de samenleving vervult, ontbreekt dat vaak waar het gaat om militairen".
Home-Base Support wil de betrokkenheid van de samenleving stimuleren. Dat kan volgens Brouwer door publiciteit en voorlichtingsactiviteiten. Volgens generaal Peter van Uhm, Commandant der Strijdkrachten, spelen militairen zelf ook een rol. "Als Defensie liggen we onder de loep. Draag zelf een steentje bij aan dat imago."
Van Uhm omarmde de suggestie om meer aandacht te geven aan tieners; kinderen in de leeftijd van 9 tot 16 jaar van wie de vader of moeder is uitgezonden naar bijvoorbeeld Afghanistan. "Een vergeten groep", constateerde Manon Andres, onderzoekster en docente aan de Nederlandse Defensie Academie. Begin dit jaar promoveerde zij op een onderzoek naar de ervaringen van gezinnen tijdens militaire uitzendingen. "Tieners zijn zich zeer bewust van de gevaren en risico's die uitzendingen met zich mee kunnen brengen. Informeren van deze kinderen is zeer belangrijk." Volgens Andres heeft voorlichting en openheid een gunstig effect. "Verschaffen van informatie aan de samenleving in zijn geheel kan militaire gezinnen ontlasten in moeilijke vragen, discussies en mogelijk onbegrip vanuit hun omgeving".
|